‘Een gedoneerd orgaan is een kostbaar geschenk waar we voorzichtig mee moeten zijn’

19 oktober 2021

Een gedoneerd orgaan is een kostbaar geschenk dat we niet mogen verspillen, vindt chirurg prof. dr. Andrzej Baranski (LUMC). Dankzij hem is de training van uitnamechirurgen sterk verbeterd. Om de resultaten nog beter te maken zou hij graag zien dat cijfers over hoeveel organen beschadigd raken bij uitname openbaar worden gemaakt. ‘Dat hoeft niet met naam en toenaam. Het doel moet niet zijn om chirurgen te straffen, maar om ervan te leren.’

Foto chirurg prof. dr. Andrzej Baranski van het LUMC.

Prof. dr. Andrzej (André) Baranski werd opgeleid tot transplantatiechirurg in Warschau, Polen, maar werkt inmiddels al een kwart eeuw bij het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Daar voerde hij niet alleen honderden uitnames en transplantaties uit, maar leerde ook het vak aan vele jonge chirurgen. ‘Een gedoneerd orgaan is een kostbaar geschenk waar we voorzichtig mee moeten zijn’, vindt hij. ‘Jaarlijks sterven er in Nederland nog zo’n 150 patiënten die wachten op een donororgaan, dus we moeten er heel zuinig op zijn.’ Uitname is een zeer delicaat proces. ‘Als je fouten maakt bij de uitname kun je een goed orgaan zodanig beschadigen dat het soms niet meer te repareren is.’

Veel kennis nodig 

Het werd Baranski’s missie om te zorgen dat de uitnamechirurg zijn of haar vak zo goed mogelijk beheerst. ‘Iemand opleiden in een moeilijk vak als de transplantatiegeneeskunde is een lang proces, je moet een grote liefde voor mensen hebben.’ Voor uitnames is veel theoretische en praktische kennis vereist. ‘Je moet de anatomie van de buikorganen heel goed kennen maar ook kennis hebben van zeldzame anatomieën.’

Certificering van uitnamechirurgen

De eerste transplantatiecursus die Baranski in 1999 met behulp van de NTS in het LUMC organiseerde was een groot succes. De cursus groeide uit tot de allereerste internationale ‘hands-on cursus’, nog steeds jaarlijks gegeven in het LUMC. In 2009 pleitte Baranski voor certificering van uitnamechirurgen om zo zorgvuldig mogelijk om te gaan met donororganen. Twee jaar later kwam zijn wens uit: Nederland werd het eerste land waar gekwalificeerde uitnamechirurgen door de overheid erkend worden.

Betere resultaten

Objectieve cijfers tonen aan dat er de afgelopen decennia grote vooruitgang is geboekt. Eind vorige eeuw was na uitname ongeveer 50 procent van de alvleesklieren zodanig beschadigd dat ze niet getransplanteerd konden worden. Nu is dat slechts 1 procent. Het vertaalt zich ook in goede overlevingscijfers. ‘Zowel de een- als de vijfjaarsoverleving van alle getransplanteerde organen in Nederland is vergelijkbaar met die van buitenlandse toptransplantatiecentra’, stelt Baranski.

Meer transparantie

Om de resultaten nog beter te maken zou hij graag zien dat cijfers over hoeveel organen beschadigd raken bij uitname openbaar worden gemaakt. ‘Dat hoeft niet met naam en toenaam. Het doel moet niet zijn om chirurgen te straffen, maar om ervan te leren en te zorgen dat er voldoende middelen beschikbaar worden gesteld om mensen goed te blijven trainen. Jonge uitnamechirurgen die geslaagd zijn, hebben nog steeds ondersteuning en tips en tricks nodig van de meer ervaren professionals. Bovendien evolueert het hele proces rondom transplantaties continu, denk aan het gebruik van preservatiemachines. Daar moet wel voldoende kennis over zijn bij de mensen die ermee werken’, aldus Baranski. ‘We hebben nu ook een techniek gepubliceerd om binnen één uur een nier uit te kunnen nemen, en dat met een procedure waarmee je bijna geen fouten kunt maken. Maar momenteel is er geen geld om mensen hierin te trainen.’

Baranski (62) bereikt over vijf jaar de pensioengerechtigde leeftijd. De komende jaren wil hij nog zo veel mogelijk internationale cursussen geven. ‘Het motiveert me enorm als ik jonge chirurgen zie groeien. Het werk is soms zwaar, maar tegelijkertijd is het de mooiste baan ter wereld.’

Ga naar het magazine Transparant voor medisch professionals voor meer artikelen over orgaan- en weefseldonatie.