Ga naar de inhoud

registreer je direct donorregister.nl

Hoe dan?

Gert van DijkGert van Dijk, Medisch ethicus

Tijdens colleges kom ik met studenten regelmatig te spreken over de ethische aspecten van orgaandonatie. Ik vraag hen dan vaak om, bij wijze van gedachte-experiment, creatieve oplossingen voor het tekort aan organen aan te dragen. Ze hoeven van mij in eerste instantie geen rekening te houden met de vraag of die oplossing ook moreel acceptabel is. Zo worden ze gestimuleerd om ‘out of the box’ te denken. Uit dat gedachte-experiment komen vaak - naast voorspelbare - heel bijzondere oplossingen voort: 

  • Maak orgaandonatie verplicht voor alle overledenen. ‘Na je dood heb je er toch niets meer aan.’ 
  • Koppel donorregistratie aan de uitgifte van rijbewijs of ID-kaart.
  • Laat alleen geregistreerde donoren in aanmerking komen voor een donororgaan. ‘Waarom zou je mogen ontvangen als je niet wilt geven?’ 
  • Laat de overheid levende donoren betalen voor een orgaan. Dat kan in cash, maar ook in bepaalde voordelen, zoals korting op belasting, het kwijtschelden van studieschuld of vrijstelling van ziektekostenpremie. 
  • Sta toe dat patiënten zelf actief een donor zoeken en dat ze die donor dan ook mogen betalen voor een orgaan. 
  • Zorg dat het verkeer minder veilig wordt, bijvoorbeeld door de helmplicht af te schaffen. (Gelukkig zien studenten doorgaans zelf ook wel in dat dit een beetje het paard achter de wagen spannen is.)
  • Maak een overheidswebsite waar wachtende patiënten zichzelf kunnen presenteren en een persoonlijke oproep kunnen doen voor een levende donor.
  • Betaal als overheid nabestaanden als ze toestemming geven voor orgaandonatie, bijvoorbeeld door de begrafenis van de overledene te betalen. 
  • Betaal mensen als ze zich positief als orgaandonor registreren. (Of gewoon als ze zich registreren, maar studenten denken dat dit in de praktijk waarschijnlijk weinig zal opleveren.)
  • Hanteer een minder streng hersendoodprotocol, zodat meer mensen hersendood verklaard kunnen worden en orgaandonor worden.
  • Leg meer morele druk op de familie van een nierpatiënt om met een levende donor te komen.
  • Wacht bij potentiële hartdode donoren niet met het uitnemen van organen totdat ze formeel overleden zijn. Aangezien het toch al zeker is dat deze mensen zullen overlijden, zal er niemand overlijden die anders ook niet zou zijn overleden.
  • Stimuleer mensen die euthanasie krijgen en voor orgaandonatie in aanmerking komen om na hun dood organen te doneren.
  • Verruim de acceptatiecriteria voor orgaandonoren – bijvoorbeeld door meer ouderen en andere ‘marginale donoren’ te accepteren. 
  • Sta het toe dat mensen vanaf de Spoed Eisende Hulp louter voor orgaandonatie op de Intensive Care Unit worden opgenomen.
  • Mensen van wie het orgaanfalen ‘eigen schuld’ is – alcoholisten bijvoorbeeld – mogen niet langer in aanmerking komen voor een orgaan. (Meestal zien studenten al snel in dat dit niet meer donoren oplevert, maar alleen maar bepaalde mensen tamelijk willekeurig uitsluit). 

Doorgaans vinden de meeste studenten de bovenstaande oplossingen uiteindelijk om verschillende redenen onwenselijk, ineffectief of moreel onacceptabel. Daarna begrijpen ze wel veel beter waarom morele afwegingen zo’n belangrijke rol moeten spelen in mogelijke oplossingen voor het tekort aan organen.

Maar ik vraag studenten altijd wel om niet alleen maar te zeggen dat iets moreel onacceptabel is, maar ook om heel precies te beargumenteren waarom dat zo is. Dat levert dan vaak een mooie uitwisseling van argumenten en goed onderbouwde meningen op. En dat is toch waar het in onderwijs over ethiek om draait.