6. DCD-procedure: Agonale fase en vaststellen van de dood

6.5. Agonale fase

De periode tussen de switch-off en het overlijden van de patiënt wordt de agonale fase genoemd. In de agonale fase worden  er  geen medische handelingen verricht.  Tijdens deze periode worden de perfusie en de oxygenatie van de organen geobserveerd. De ODC documenteert de hartfrequentie, bloeddruk, ademhaling en zuurstofsaturatie.

Tijdsduur agonale fase

Er is een aanzienlijke variatie in de duur van de agonale fase: soms treedt de circulatiestilstand na enkele minuten op, soms na meerdere uren of dagen. Voor de kwaliteit van de organen mag de agonale fase niet langer duren dan 1 à 2 uur. Na deze periode zal een orgaan minder of zelfs niet meer geschikt zijn voor transplantatie. Hoe lang die periode precies mag zijn, hangt af van het verloop van de agonale fase en de organen  die gedoneerd worden. In Tabel 2 wordt aangegeven wat de maximale tijdsduur is tot aan de circulatiestilstand.

Tabel 2: Agonale fase: Maximale tijdsduur tot de circulatiestilstand

Orgaan Maximale tijdsduur tot de circulatiestilstand
Nieren 2 uur
Longen 1,5 uur
Lever

1 uur

Als de MAP gedurende een periode langer dan 15 minuten onder de 50 mm Hg blijft, moet er overlegd worden met het ontvangend levercentrum
Pancreas 1 uur
Pancreaseilandjes 2 uur

In overleg met de accepterend arts kan van deze grenzen afgeweken worden.