3. Toestemming voor donatie

3.2. Raadplegen Donorregister

3.2.1. Wanneer raadplegen?

Het Donorregister mag geraadpleegd worden vanaf het moment dat er een gerede kans is dat de patiënt binnen afzienbare tijd overlijdt. Voor weefseldonatie mag het register ook geraadpleegd worden na het overlijden van de patiënt. In ieder geval moet het Donorregister geraadpleegd worden voordat het gesprek over donatie met de familie plaatsvindt.

De Wod verplicht het ziekenhuis om altijd het Donorregister te raadplegen als er een mogelijke donor overlijdt. Als er bij de patiënt een andere wilsverklaring is aangetroffen, moet alsnog het Donorregister geraadpleegd worden. Dit is nodig om te controleren of de patiënt later een andere keuze heeft gemaakt.

Het Donorregister hoeft niet geraadpleegd worden als;

  • de patiënt niet voldoet aan de criteria voor orgaan- en weefseldonatie of als er algemene contra-indicaties zijn (zie Deel 1: Orgaandonatie, Hoofdstuk 2. Donorherkenning of Deel 2: Weefseldonatie, Hoofdstuk 2 Donorherkenning). 
    • Bel bij twijfel over de geschiktheid naar het Orgaancentrum: 071 579 57 95.
  • de patiënt nooit wilsbekwaam is geweest vanaf het 12de levensjaar.
    • Donatie is dan niet toegestaan.
  • de patiënt jonger is dan 12 jaar.
  • de identiteit onbekend is. Het is niet mogelijk om te raadplegen.
    • Donatie is dan niet toegestaan.
  • de potentiële donor langer dan 24 uur is overleden.
    • Donatie is dan niet meer mogelijk.

Raadpleeg ook bij niet-Nederlanders

De Wod geldt voor iedereen die in Nederland overlijdt, dus ook voor personen die niet (standaard) in Nederland wonen of die niet de Nederlandse nationaliteit hebben.

Personen die een half jaar twee derde van de tijd rechtmatig in Nederland wonen, kunnen zich registreren in het Donorregister. Ook asielzoekers die in de procedure zitten voor een (permanente) verblijfsvergunning, kunnen zich registreren. Daarom moet bij buitenlanders die langer in Nederland verblijven het Donorregister geraadpleegd worden. Daarnaast moet het ziekenhuis redelijke inspanningen verrichten om na te gaan of er een handgetekende verklaring of donorcodicil aanwezig is. Is de persoon niet geregistreerd en heeft hij geen handgetekende verklaring of donorcodicil achtergelaten? Dan moet de familie beslissen over donatie. Is de familie niet bereikbaar, dan is donatie niet toegestaan. Personen die tijdelijk in Nederland zijn, bijvoorbeeld vanwege een vakantie, kunnen ook donor zijn. De Nederlandse wetgeving is dan van toepassing. De familie moet toestemming geven voor de donatie.

3.2.2. Wie mag raadplegen?

Het ziekenhuis beslist welke beroepsgroepen of functionarissen het Donorregister mogen raadplegen. Wie hiertoe in uw ziekenhuis bevoegd is, is te lezen op het inlegvel in Bijlage 1.

Voor raadpleging van het Donorregister is een registratie in het BIG-register noodzakelijk. Het ziekenhuis kan ervoor kiezen om ook werknemers zonder BIG-registratie de bevoegdheid te geven om te raadplegen. Dit mag alleen als deze medewerkers het register raadplegen onder de verantwoordelijkheid van een professional met een BIG-registratie.

3.2.3. Hoe raadplegen?

Het Donorregister raadplegen kan door te bellen naar het Orgaancentrum: 071 579 57 95. Het Orgaancentrum is intermediair voor het raadplegen van het register. De functionaris kan niet rechtstreeks in het Donorregister kijken.

Voor het raadplegen van het Donorregister zijn de volgende gegevens nodig:

  • Aanvragend functionaris
    • Naam (en indien van toepassing: naam van de werknemer die namens functionaris raadpleegt)
    • Discipline
    • BIG-registratienummer
    • Telefoonnummer waarop deze contactpersoon bereikbaar is
  • Instelling
    • Naam
    • Adres
    • Patiënt
    • BSN
    • Achternaam
    • Voorvoegsels
    • Voorletters
    • Geboortedatum
    • Geslacht
    • Adres

Als er geraadpleegd wordt voor een mogelijke donor, kan de medewerker van het Orgaancentrum eerst enkele medische vragen stellen. Het doel hiervan is om de meest voorkomende contra-indicaties voor donatie uit te sluiten. Dit duurt ongeveer vijf minuten. Zijn er geen contra-indicaties aanwezig? Dan raadpleegt de medewerker het Donorregister en geeft hij de uitslag telefonisch door.

De donatiecoördinator van het ziekenhuis ontvangt de uitslag van de raadpleging digitaal via een beveiligd mailsysteem. Dit moet worden opgenomen in het patiëntendossier. De uitslag moet 15 jaar bewaard blijven, ook als een raadpleging uiteindelijk niet heeft geleid tot een donatieprocedure.

Gesprekken met het Orgaancentrum worden vastgelegd op band vanwege scholingsdoeleinden, om het gesprek terug te kunnen luisteren en voor archivering.

3.2.4. Na de raadpleging

Wat de stap na de raadpleging van het Donorregister is, hangt af van de uitslag van de raadpleging. Hieronder wordt per uitslag beschreven wat de volgende stappen zijn.

  • Er is geen registratie van de patiënt aanwezig
    • Informeer de familie van de patiënt en vraag hen toestemming voor donatie (zie paragraaf 3.3 en paragraaf 3.4.). Verricht daarnaast redelijke inspanning om te kijken of de patiënt zijn beslissing op een andere wijze heeft vast gelegd. Als de familie niet bereikt wordt, is donatie niet toegestaan.
  • De patiënt geeft toestemming voor donatie
    • Is de patiënt wilsbekwaam en 16 jaar of ouder? Registratie is voldoende om de donatie te laten doorgaan. Er hoeft geen aanvullende toestemming aan de familie gevraagd te worden. Wel moeten de naasten op de hoogte gesteld worden van de donatieprocedure.
    • Was er - toen de patiënt zijn toestemming registreerde – sprake van weefsels of organen die toen nog niet getransplanteerd konden worden en nu wel? Vraag dan aanvullende toestemming voor de donatie van die organen of weefsels. (Voorbeeld: Voorheen werd alleen de cornea getransplanteerd, nu worden ook andere onderdelen van het oog getransplanteerd. De patiënt heeft tijdens zijn registratie alleen toestemming gegeven voor transplantatie van de cornea. Daarom moet aanvullende toestemming aan de familie aanvullende toestemming gevraagd worden voor transplantatie van oogweefsel.)
    • Is de patiënt wilsonbekwaam en/of jonger dan 16 jaar? Dan gelden er speciale regels. Zie daarvoor paragraaf 3.3.

In uitzonderlijke gevallen kan worden besloten om van de donatie af te zien, ondanks de toestemming van de patiënt. Dit kan bijvoorbeeld als het doorzetten van de donatieprocedure mogelijk leidt tot psychische schade bij de familie.

  • De patiënt geeft geen toestemming voor donatie (geregistreerd met ‘NEE’) Informeer de familie van de patiënt over deze uitslag. Donatie is in dit geval niet toegestaan. Vul op het donatieformulier in: Geen donatie door bezwaar.
  • De patiënt laat de beslissing voor donatie over aan zijn familie. Informeer de familie van de patiënt en vraag hen toestemming voor donatie (zie paragraaf 3.3 en paragraaf 3.4). Als de familie niet meteen bereikbaar is, mag al wel gestart worden met de voorbereidende handelingen voor orgaandonatie (zie paragraaf 3.2.5). Als de familie niet bereikt wordt, is donatie niet toegestaan.
  • De patiënt laat de beslissing voor donatie over aan een specifieke persoon
    • Is deze persoon niet bereikbaar? Vraag dan toestemming aan de familie (zie paragraaf 3.3 en paragraaf 3.4).
    • Is er verschil van mening tussen de aangewezen persoon en de familie? Volg de beslissing van de aangewezen persoon. Informeer de familie van de patiënt en vraag toestemming aan de aangewezen persoon.
  • Er is een blokkade van het Donorregister. Er is een blokkade van het Donorregister als de patiënt zijn registratie recentelijk heeft toegevoegd of gewijzigd of als hij verhuisd is naar het buitenland. In dat geval wordt gehandeld alsof er geen registratie was. Zie hierboven.

Het is belangrijk om een gepast moment te kiezen om de familie te informeren over de uitslag van de raadpleging van het Donorregister. In paragraaf 3.3 staat welke familieleden volgens de Wod toestemming mogen geven voor donatie.

3.2.5. Voorbereidende handelingen

Voordat een potentiële donor overleden is, mogen voorbereidende handelingen worden verricht voor een eventuele orgaandonatie. Het doel hiervan is om de organen geschikt te houden voor transplantatie.
De voorwaarden voor voorbereidende handelingen en wat precies voorbereidende handelingen zijn, komen uit de Wod.

Wat zijn voorbereidende handelingen?

De voorbereidende handelingen voor orgaandonatie zijn:

  • onderzoeken die noodzakelijk zijn ter voorbereiding van de donatie;
  • de kunstmatige beademing in werking stellen of in stand houden;
  • de bloedsomloop kunstmatig in stand houden;
  • andere maatregelen nemen die noodzakelijk zijn om de organen geschikt te houden
  • voor donatie.

Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat een patiënt mag worden geïntubeerd om orgaandonatie mogelijk te maken. Dit mag alleen als aan onderstaande voorwaarden is voldaan.

Wanneer mag gestart worden met de voorbereidende handelingen?

De arts mag beginnen met de voorbereidende handelingen als voldaan is aan alle volgende voorwaarden:

  • Het Donorregister is geraadpleegd.
    • Als de patiënt met toestemming in het Donorregister staat, mag direct gestart worden met de voorbereidende handelingen.
    • Als de patiënt met ‘NEE’ geregistreerd staat, mogen er geen voorbereidendehandelingen worden verricht. Donatie is dan niet van toepassing.
    • Als de patiënt de keuze aan de familie of een specifieke persoon overlaat, mag gestart worden met de voorbereidende handelingen in afwachting van het gesprek met de familie of specifieke persoon.
    • Als de patiënt niet geregistreerd staat, mag gestart worden met de voorbereidende handelingen in afwachting van het gesprek met de familie.
  • Het is medisch zinloos om de patiënt verder te behandelen.
  • Het besluit tot staken van de behandeling moet genomen zijn, voordat er handelingen worden verricht die alleen bedoeld zijn voor de donatie.
  • De patiënt zal binnen afzienbare tijd overlijden.
  • De voorbereidende handelingen zijn niet in strijd met de geneeskundige behandeling.
  • Er kan niet met de voorbereidende handelingen worden gewacht tot na het overlijden.
  • De familie heeft geen bezwaar gemaakt tegen de voorbereidende handelingen. (Als de familie nog niet bereikt is, mag gestart worden met de voorbereidende handelingen.)