Ga naar de inhoud

Nierdonatie bij leven

De nieren zorgen ervoor dat afvalstoffen uit het bloed worden verwijderd. Ook regelen ze de vocht- en zoutbalans. Als de nieren niet goed werken, hopen de afvalstoffen zich in het lichaam op. Dit kan tot schade aan organen leiden. Als er niets gebeurt, overlijdt de patiënt. 

Als de nieren niet goed werken, zijn er 2 mogelijkheden:

  1. De patiënt gaat dialyseren. Dat betekent dat het bloed kunstmatig wordt gezuiverd. Dit heeft een grote invloed op de kwaliteit van iemands leven. Het beïnvloedt ook de levens van de mensen in zijn naaste omgeving. Een dialysebehandeling vervangt maar voor een relatief klein gedeelte de functie van gezonde nieren. Daardoor heeft de patiënt weinig energie en voelt hij zich ziek. Naar school gaan of werken is moeilijk. 
  2. De patiënt krijgt een niertransplantatie. De nieuwe nier kan afkomstig zijn van een levende of van een overleden donor. Iemand die een donornier ontvangt, leeft gemiddeld langer dan iemand die afhankelijk blijft van dialyse. Transplanteren is over het algemeen dus beter voor de patiënt dan dialyseren.

Je kunt bij leven een nier doneren. Met 1 nier kun je normaal leven. Met nierdonatie kun je een leven redden. Er is namelijk een groot tekort aan nierdonoren waardoor nog veel mensen op de wachtlijst staan voor een nier.