Ga naar de inhoud

Flinke toename van weefsel- en orgaandonoren

Vorig jaar stonden 273 mensen na hun overlijden organen af voor transplantatie en 2.398 overledenen doneerden hiervoor hun weefsels. Niet eerder waren er in Nederland zoveel mensen die dat deden. Er vonden in ons land 815 transplantaties plaats met organen van overleden donoren. Dat is een stijging van 15 procent ten opzichte van 2017. Toen waren er 244 orgaandonoren en 710 transplantaties. Het aantal hoornvliestransplantaties steeg met 17 procent.

Deze voorlopige jaarcijfers zijn bekend gemaakt door de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS). NTS-directeur Bernadette Haase is blij met de cijfers. Zij wijst er echter op dat ook de wachtlijst voor een orgaantransplantatie met 7 procent is gestegen. Een analyse van de oorzaken van de stijging wordt nog gedaan. ‘Hoewel de toename van orgaan- en weefseltransplantaties een zeer hoopvolle ontwikkeling is, zijn we er echt nog niet. Er zijn nog steeds mensen die niet tijdig een orgaan ontvangen en dus overlijden.’ 

Orgaandonatie

In Nederland telt iemand in de cijfers mee als donor wanneer er ook daadwerkelijk minimaal één gedoneerd organen is getransplanteerd. In 2018 werden 336 donoren aangemeld bij de NTS, maar uiteindelijk werd er van 273 overledenen een orgaan getransplanteerd.

Deze stijging kan een aantal oorzaken hebben. Artsen meldden 4 procent meer donoren aan, maar ook het met een machine doorspoelen van donororganen kan hieraan hebben bijgedragen. Met deze zogenoemde machinale perfusie kunnen organen die voorheen werden afgekeurd voor transplantatie toch nog bij een ontvanger worden getransplanteerd. 157 overledenen doneerden na het stilvallen van de bloedsomloop. Bij 116 mensen was voorafgaand aan de donatie de hersendood vastgesteld.

Donatie bij leven

Het aantal mensen dat bij leven een nier doneerde is met 7 procent afgenomen: van 561 in 2017 naar 522 in 2018. Deze daling vond met name plaats in de onverwante nierdonatie (tussen partners, vrienden, bekenden, schoonfamilie). Of er een relatie met de toename van het aantal postmortale transplantaties is niet duidelijk. Eerdere jaarcijfers met een toename van postmortale transplantaties lieten die niet zien.

Orgaantransplantatie

Van bijna alle organen zijn er meer transplantaties uitgevoerd in 2018. Alleen het aantal harttransplantaties bleef gelijk met 2017. Een substantiële stijging van 20 procent vond plaats bij de transplantaties van zowel nieren (DCD) als longen (DBD). Er werden ook ruim anderhalf keer (+167 procent) zoveel alvleesklieren (DBD) getransplanteerd (2018 -16; 2017 -6). 

Weefsels

Het aantal weefseldonoren nam in 2018 toe met 59 procent van 1.501 in 2017 naar 2.398 in 2018. De belangrijkste reden voor deze toename ligt in het aanpassen van de donatiecriteria voor oogweefseldonatie. Per 1 januari 2018 is bloedvergiftiging (sepsis) geen reden meer om een donor af te wijzen. Dit leidde tot 17 procent meer hoornvliestransplantaties in Nederland. Dat zijn er 244 meer dan in 2017. De wachtlijst nam af met 12 procent.

De operatiecapaciteit in een aantal transplantatiecentra groeide niet even snel als de aantallen beschikbare hoornvliezen. Hierdoor konden niet alle goedgekeurde hoornvliezen getransplanteerd worden. Om te voorkomen dat hoornvliezen niet tijdig gebruikt kunnen worden, zijn meer hoornvliezen beschikbaar gesteld aan patiënten in het buitenland. De verwachting is dat in 2019 het aantal hoornvliestransplantaties in Nederland verder toeneemt, omdat per 1 januari de operatiecapaciteit hiervoor in de ziekenhuizen stijgt. 

Ook doneerden veel meer mensen hartkleppen (+34 procent). Deze kleppen hebben een langere bewaartijd en worden tot gebruik opgeslagen in de weefselbank ETB-BISLIFE in Beverwijk. Ook is een deel van de hartkleppen beschikbaar gesteld aan patiënten in het buitenland.

De voorlopige jaarcijfers zijn verzameld op 7 januari 2019.