Ga naar de inhoud

Opvallende verschillen in orgaandonatie binnen Europa

Aantal postmortale donoren in Europa in 2016
Aantal postmortale donoren in Europa in 2016, bron: Global Observatory on Donation and Transplantation

Niet alleen het aantal uitgevoerde donoroperaties verschilt in Europa van land tot land, ook de donatieprocessen variëren behoorlijk. Dat werd donatie-intensivisten Hans Sonneveld van het Isala ziekenhuis in Zwolle en Meint Volbeda van het UMC Groningen duidelijk toen zij deelnamen aan een intensieve cursusweek, georganiseerd door de Universiteit van Barcelona.

Met 43 donoren per miljoen inwoners heeft Spanje de meeste donoren, ruim boven het Europese gemiddelde van 15 per miljoen. In Nederland hebben we 16 tot 18 donoren per miljoen inwoners. De Universiteit van Barcelona geeft dan ook leiding aan een Europees ­project ter bevordering van orgaandonaties. Ruim 100 geselecteerde deelnemers uit 28 Europese landen kwamen daarvoor vorig jaar samen om te leren van elkaars praktijk. 

Communicatie over donatie maakt het verschil

In Barcelona ging het veel over berichtgeving en communicatie, zoals crisismanagement bij negatieve publiciteit. Maar ook over op welk tijdstip men welke informatie aan de naasten geeft. Donatie-intensivist Sonneveld: ‘Voorafgaand aan de cursusweek kregen we e­learning modules en korte filmpjes te zien die hierbij kunnen helpen. Het type filmpjes dat de NTS­ al gebruikt.’ 

Specialisten voor familiegesprekken maken het verschil

In Spanje lijkt het voeren van familiegesprekken door speciaal aangestelde specialisten doorslaggevend voor het succes. Na zo’n gesprek gaan bijna 9 van de 10 nabestaanden akkoord met donatie. Donatie-intensivist Meint Volbeda: ‘In Nederland steken we veel meer energie in publieksvoorlichting dan in Spanje, maar er is meer nodig om tot een beter resultaat te komen.'  

Verschillen tussen landen in stoppen behandeling

Niet alleen de communicatie verschilt: er blijken binnen Europa ook grote verschillen te bestaan in levenseindebehandeling. ‘Als wij een infauste prognose stellen, bespreken we het afbreken van de behandeling heel open met de familie’, vertelt Sonneveld. ‘In Oost ­Europa en veel zuidelijke regio’s wordt zoiets niet gedaan. Daar bouwt men de beademing of de bloeddrukverhogende medicatie af. Er is dan geen aanwijsbaar moment van staken van behandeling, iets wat voor donatie na stilvallen van de bloedsomloop, ofwel DCD, wel noodzakelijk is.'

Verschillen tussen landen in toetsing hersendood

Over hersendood bestaat binnen Europa overeenstemming. Maar landen hebben verschillende regels voor het vaststellen van de hersendood met aanvullend onderzoek. Moet je een EEG maken om activiteit van de hersenschors te meten? De doorbloeding van het brein meten? En op welke manier? Over deze zaken lopen de meningen uiteen. Nederland heeft het strengste protocol als het gaat om het vaststellen van de hersendood.

Begin 2019 zullen vertegenwoordigers uit Nederland, Duitsland, België en Frankrijk bijeenkomen in Brussel, waar zij onder meer spreken over de vraag aan welke medisch ­ethische en juridische randvoorwaarden DCD­-procedures moeten voldoen om op Europees niveau te kunnen worden geborgd.