‘Ik zag alleen maar ogen’

10 juli 2020

Rob Haensel (72) uit Markelo kreeg tijdens de coronacrisis een nieuwe lever. De transplantatie verliep uitstekend. Het was vooral de eenzaamheid die hem parten speelde.

Ron Haensel ontving een donorlever
Ron Haensel ontving een donorlever

Waarom kreeg u een nieuwe lever?

‘Drie jaar geleden bleek dat ik leverfibrose had. En vorig jaar ontdekten ze ook nog een tumor in de lever. Die was niet operatief te verwijderen. Ik werd doorverwezen naar het UMC Groningen, waar ze me een week lang van onder tot boven, lichamelijk en psychisch, hebben onderzocht. Daaruit bleek dat ik in aanmerking kwam voor een transplantatie. En op 17 april was het zover.’  

U heeft dus niet lang op de wachtlijst gestaan

‘Uiteindelijk nog geen acht maanden. Ik heb echt geluk gehad, want ik heb ook nog een bijzondere bloedgroep. Dus het was maar de vraag of er een geschikte lever kon worden gevonden. En natuurlijk waren we heel blij dat de transplantatie door kon gaan, want veel is uitgesteld vanwege corona. Ik ben de donor en diens nabestaanden heel dankbaar voor de nieuwe lever.’

Geopereerd in coronatijd. Hoe was dat?

‘Op 16 april kreeg ik de oproep om naar Groningen te komen. Aan mijn vrouw werd meegedeeld dat zij niet aanwezig mocht zijn tijdens mijn verblijf in het ziekenhuis. Ze is meegegaan tot de ingang en toen ben ik alleen naar binnen gelopen met mijn koffertje. Het was net alsof ze mij bij Schiphol afzette voor een wereldreis.’

Wat merkte u in het ziekenhuis van de Corona?

‘Iedereen liep met een mondkapje. Ik lag geïsoleerd in een kamer en als er iemand van de verpleging bij me kwam, dan trok die eerst van alles aan: een speciale jas, mondkapje, bril en handschoenen. Eigenlijk heb ik in die dagen geen gezicht gezien. Alleen maar blauwe ogen of bruine ogen. Via de videoverbinding kon ik gelukkig wel de gezichten van mijn vrouw en kinderen en kleinkinderen zien. Maar al die tijd was ik toch alleen.’

Hoe kijkt u er nu op terug?

(… ) Ina Haensel: ‘Mijn man raakt er nu nog door geëmotioneerd. Hij heeft vooral die eenzaamheid ervaren. Toen hij eenmaal op de medium-care lag, hadden we voor het eerst videocontact. Natuurlijk was het nodig dat hij geïsoleerd lag en we zijn heel blij dat die transplantatie door kon gaan. Maar het was zwaar. Hij heeft het eigenlijk helemaal alleen doorstaan.’

En nu weer thuis!

‘Mijn kleindochter had op Facebook een oproep gedaan om een kaartje te sturen. Honderdzestig heb ik er gekregen! Vrienden en familie hebben al voor het raam gestaan. Soms kan ik ze niet verstaan, dan bellen we elkaar voor het raam. Alleen voor de kleinkinderen is het wel moeilijk. Die kunnen nu niet bij opa komen en ik kan niet wachten om ze te knuffelen.’