Ik heb een andere zoon gekregen

31 juli 2019

In maart 2018 stond Alinda Lohuis uit Hardenberg een deel van haar lever af aan haar zoon Rudie. Na een heftig jaar geniet Alinda nu volop van haar gezonde knul die weer midden in het leven staat.

‘De arts kwam met de suggestie van doneren bij leven toen Rudie een jaar op de wachtlijst stond voor een donorlever. Vanaf zijn 11e heeft Rudie de ziekte van Crohn en daardoor was zijn lever zwaar aangetast. De laatste 2 jaar lag hij alleen nog maar op bed, zag geel en kreeg sondevoeding. Zijn sociale leven bestond niet meer. Moet je hem nu zien! Een puberende jongen van 17 die lekker veel eet, enorm is gegroeid en de baard in de keel heeft. Ik heb echt een andere zoon gekregen.’

‘Ik kreeg gesprekken over de risico’s’

‘We wisten niet dat het mogelijk was, een deel van je lever doneren. Op het voorstel van de arts zeiden mijn man en ik meteen: natuurlijk! Bij mijn man was er technisch geen match met Rudie, dus ging ik het doen. Ik heb uitgebreide gesprekken gehad over de risico’s voor mij en voor Rudie. We moesten bijvoorbeeld nadenken over verzekeringen voor het geval ik het niet zou overleven. Dat is best confronterend. Maar je wil je kind dolgraag helpen.’

Op de foto ziet u Alinda Lohuis. Ze zit naast haar zoon. Alinda doneerde een deel van haar lever aan haar zoon.
Alinda Lohuis doneerde een deel van haar lever aan haar zoon

‘De medewerkers pinkten ook een traantje weg’

‘Ik was er rustig onder, ik heb steeds vertrouwen gehad. Ons geloof heeft daarbij zeker geholpen, we hebben het in Zijn handen gelegd. In maart 2018 was het zover. Mijn moeder kwam bij ons om het huishouden met onze andere drie kinderen te runnen. Rudie en ik werden geopereerd, in twee OK’s naast elkaar. De volgende dag reden ze mijn bed naast dat van Rudie, dat was een bijzonder moment: we hadden het allebei gered! De mensen die daar werkten, pinkten ook een traantje weg.’

Dat doneren heb ik niet alléén gedaan

‘Terugkijkend is het een heftig jaar geweest, emotioneel ook. Rudie kreeg ernstige complicaties, hij werd heel ziek. Dat was uitzonderlijk, zeiden de artsen. We moesten vaak naar Groningen en hebben ook een tijd in het Ronald McDonald-huis gezeten. Mijn man rende van hot naar her. Ik heb dan wel gedoneerd, maar dat heb ik niet alléén gedaan. Voor onze andere kinderen was het ook zwaar. De jongste, die 10 was, vond het bijvoorbeeld moeilijk dat ik in het ziekenhuis lag. Haar toetsresultaten waren toen ook slecht. Maar met elkaar zijn we sterk en onze band is hechter dan ooit.’

‘We zijn heel goed opgevangen’

‘We zijn ook uitstekend begeleid. Zo heeft de maatschappelijk werkster in het ziekenhuis ons goed opgevangen. En hulp wordt vergoed. Bijzonder was ook dat we voor de operatie met de kinderen rondgeleid zijn op de IC waar we zouden komen te liggen. Ze lieten ons alles zien.’

‘Het was zwaar, maar ik zou het meteen wéér doen’

‘Met mij ging het al snel goed. Er is 40% van mijn lever naar Rudie gegaan, vrij veel, en dat is na 8 weken weer aangegroeid. En 4 maanden na de operatie ben ik weer gaan werken. Met Rudie heeft het ruim een jaar geduurd voordat hij erbovenop was. Sindsdien heeft hij zijn grote passie weer opgepakt: de jeugdbrandweer, waar hij vaak naar toe gaat en wekelijks wedstrijden mee doet. Ze kwamen hem in Groningen elke week opzoeken, en toen hij thuiskwam, 3 maanden na de transplantatie, stond de hele brandweer met wagens en sirenes bij ons voor de deur. Heel indrukwekkend. Rudie werkt nu ook. Hij heeft een bijbaan op de camping waar we al 16 jaar elk voorseizoen naartoe gaan. Het was zwaar en doneren kan niet nog eens, maar ik zou het meteen wéér doen.’

Benieuwd naar andere persoonlijke verhalen? Lees hier nog meer ervaringen van mensen die een donororgaan of -weefsel hebben ontvangen, nabestaanden zijn van een donor of mensen die bij leven een nier of stukje van hun lever hebben afgestaan.