Na de transplantatie besefte ik pas hoe ziek ik was geweest

21 juli 2022

Bart van Dijk uit Rijswijk leeft al 12 jaar met een donornier. Dat gaat fantastisch, zegt hij. Maar daar ging wel wat aan vooraf. En inmiddels overweegt hij om een bedankbrief te schrijven.

‘Ik voel vooral dankbaarheid naar de donor en de nabestaanden,’ zegt Bart (41). ‘De nabestaanden hebben 12 jaar geleden toestemming gegeven voor donatie en dat gebeurde lang niet altijd. Ze hebben plotsklaps iemand moeten verliezen, want doneren kan alleen bij iets plotselings als een ongeluk. Dat moet heftig zijn geweest.’

Het gaat nu goed met Bart. Hij heeft zijn leven op de rit na een paar moeilijke periodes: voordat hij ging dialyseren, en ook na zijn transplantatie. Toen kwam alles naar boven uit zijn leven met een nierziekte die zich openbaarde toen hij 3 weken oud was. ‘Ik had reflux en een nierbekkenontsteking, en daardoor ontstond er nierschade. Ook kwamen er in mijn familie schrompelnieren voor.’

‘Met een lach ging ik naar de dialyse’

Bart was 24 toen het niet meer ging zonder dialyse. ‘In die tijd verzette ik me tegen alles, ook tegen de artsen en mijn medicijnen. Toen ik op een dag bij mijn peettante en peetoom op bezoek ging, stortte ik in. Zij hebben me geholpen en daarna pakte ik alles goed op, ook dialyse.’

Daarna nam hij het leven zoals het kwam. ‘Ik ging altijd met een lach naar de dialyse. Ik ben in aangepaste vorm blijven werken en was actief. Toen mijn vriend zijn eindscriptie niet op tijd afkreeg, zei ik: ik help je! Ik verlengde de lijnen van het dialyseapparaat tot bij mijn computer. Hij moest de scriptie om 8 uur ’s ochtends inleveren, en na de hele nacht doortikken waren we om half 8 klaar. Dat typeert mijn instelling.’

'Ik donderde van de roze wolk’

Toen Bart ging dialyseren, kwam hij op de wachtlijst voor een donornier. ‘In mijn omgeving vond ik geen donor en dit vond ik een goede optie. Na 5 jaar kreeg ik een oproep en ik was zó blij dat ik iedereen belde dat er een nier voor me was. Maar toen ik op de operatietafel lag, werd alles afgeblazen, want er zaten stolsels in de nier. Ik donderde van een roze wolk. Nog dagenlang kreeg ik telefoontjes: hoe gaat het nu na je transplantatie? Verschrikkelijk. Toen ik in de herfst een jaar later opnieuw werd gebeld, heb ik niemand iets laten weten.’

‘Na de terugslag ben ik veel sterker geworden’

Deze keer ging alles goed, Bart was zelfs al na 13 dagen thuis. Maar een paar maanden later kreeg hij mentale problemen. ‘Ik was dankbaar, maar voelde me schuldig naar de nabestaanden. En nu het zo goed ging, besefte ik hoe ziek ik was geweest. Ik kreeg een enorme terugslag.’

Bart ging sukkelen met zijn werk. En aldoor doken de emoties op die hij altijd had weggestopt. ‘Na een vakantie kreeg ik een burn-out. Ik was altijd maar doorgerend, puur uit zelfbescherming. Nooit ergens bij stilstaan was altijd mijn redding geweest, maar dat werkte niet meer. Nu ben ik blij dat ik die burn-out heb gekregen, want ik ben er veel sterker uitgekomen.’

‘Een bedankbrief schrijven durf ik niet zo goed’

Inmiddels zit Bart goed in zijn vel. Hij heeft leuk werk, en om in beweging te blijven én als uitlaatklep wandelt hij graag in het park vlak bij zijn huis, vaak met de hond van een vriendin en binnenkort met zijn eigen puppie. Het leven is goed en daar is hij dankbaar voor.

Hij vertelt: ‘Laatst las ik op Facebook iets over een bedankbrief aan de nabestaanden en ging erover nadenken. Maar het is al zo lang geleden dat ik dat eigenlijk niet goed meer durf. Ik ben ook niet zo’n schrijver. En ik vraag me af: waarderen ze dat wel? Wie weet denken ze wel: waarom komt hij daar nu pas mee? Maar misschien zet ik me daar overheen om toch mijn dankbaarheid te uiten.’