Ga naar de inhoud

registreer je direct donorregister.nl

Donornieren in betere conditie houden

Aukje Brat bij een machine voor perfusie van donornieren

Lange tijd reisde in Nederland elke nier van een overleden donor in een eenvoudige koelbox richting transplantatie. Tegenwoordig gebruiken we een draagbare machine die het orgaan koelt. Tegelijk pompt dit apparaat een speciale vloeistof in de nier die hem in betere conditie houdt. Maar misschien kan de kwaliteit van donornieren nog beter worden. Onderzoekers proberen dat door bijvoorbeeld het orgaan juist warm te houden, of door zuurstof, medicijnen of stamcellen toe te voegen aan de spoelvloeistof.

De gemiddelde overleden nierdonor is tegenwoordig 55 jaar oud. Daarnaast zijn veel donororganen afkomstig van mensen die overlijden na een hartstilstand, waarbij de organen tijdelijk niet worden doorbloed. Zulke donornieren zijn niet per se slechter, maar hebben vaak een klap gehad en zijn daardoor kwetsbaarder. Voor deze organen is het extra belangrijk om verdere schade tijdens vervoer te voorkomen. 

Sneller functioneren

Uit Europees onderzoek, gepubliceerd in 2009, bleek dat nieren die in een machine met een speciale vloeistof doorspoeld waren tijdens het transport het beter deden dan nieren bewaard in een koelbox. Zo duurde het na transplantatie minder lang voordat ze gingen functioneren, waarbij ontvangers in de eerste weken minder vaak hoefden terug te vallen op nierdialyse, en ze bleven langer functioneren. Zelfs voor nieren van jonge, gezonde donoren was de zogenoemde machinepreservatie van toegevoegde waarde. Sinds januari 2016 wordt daarom in principe elke nier van een overleden donor in de machine vervoerd. 

Warm houden

Inmiddels onderzoeken transplantatiedeskundigen in binnen- en buitenland of ze deze methoden nog verder kunnen verbeteren. Een van de vragen is of het niet beter zou zijn om donornieren in de machine warm te houden. Dat schept een omgeving die meer op het menselijk lichaam lijkt. Bijkomend voordeel zou zijn dat de nier dan nog vóór de transplantatie getest kan worden. In een koude omgeving lukt dat niet doordat de cellen dan nauwelijks actief zijn. 

Zuurstof

Maar ook koude bewaring kan wellicht nog beter, bijvoorbeeld door zuurstof toe te voegen aan de spoelvloeistof.  ‘De celstofwisseling is in de koude omgeving weliswaar laag, maar niet helemaal nul. Zuurstof is een van de noodzakelijke bouwstenen voor stofwisseling in een cel, en bij het huidige gebrek aan zuurstof wordt dat als een van de oorzaken van schade aan het orgaan gezien. De gedachte is dat door zuurstof aan de spoelvloeistof toe voegen, we tegemoet kunnen komen aan de behoefte van de nier in de kou en zo de schade kunnen verminderen’, vertelt arts-onderzoeker Aukje Brat, die meewerkt aan dit onderzoek binnen het Consortium for Organ Preservation in Europe (COPE). 

Reparatie

Daarnaast is het misschien mogelijk om in de machine schade te herstellen die een nier heeft opgelopen door bijvoorbeeld medicijnen of stamcellen aan de spoelvloeistof toe te voegen. Brat doet hier als promovendus aan het UMC Groningen onderzoek naar. ‘Ik kijk vooral naar de rol van het aangeboren afweersysteem’, vertelt ze. ‘Het afweersysteem beschermt ons tegen indringers van buiten, maar het reageert ook als ergens schade is ontstaan en kan die schade dan verergeren. Tijdens het overlijdensproces van een donor wordt deze keten geactiveerd, en na de transplantatie reageert het afweersysteem van de ontvanger daar ook weer op. We onderzoeken of we hierop kunnen ingrijpen en zo deze schade kunnen beperken of repareren.’ Het uiteindelijke doel van al het onderzoek is hetzelfde: het maximale te halen uit de beschikbare organen om zo de ontvanger beter te kunnen helpen.